Laetitia Genin
Voor Laetitia Genin begint een zorgzame samenleving met luisteren naar vrouwen. Hun ervaringen maken zichtbaar waar zorg vandaag tekortschiet én welke veranderingen nodig zijn om zorg eerlijker te organiseren.
Alles wat ik hierover vertel, komt van vrouwen die het elke dag beleven. Niet uit een ivoren toren, maar uit het echte leven.
Laetitia Genin
Wie dagelijks zorg draagt, ziet vaak het eerst waar een samenleving onder druk komt te staan. Dat merkt ook Laetitia Genin, nationaal coördinator van Vie Féminine. Vanuit de gesprekken die de organisatie voert met vrouwen in uiteenlopende kwetsbare situaties, ziet ze hoe zorg tegelijk een bron van verbondenheid én van ongelijkheid kan zijn.
Voor veel vrouwen geeft zorgen betekenis aan hun leven. Ze zorgen voor kinderen, ouders, partners, buren of vrienden en bouwen zo mee aan het sociale weefsel van de samenleving. Tegelijk ervaren ze hoe die zorg vaak als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Alsof zorgen geen keuze is, maar een opdracht die automatisch bij hen hoort.
Volgens Genin ligt precies daar een fundamenteel maatschappelijk vraagstuk. 'We verwachten nog altijd dat vrouwen zorgen, alsof dat vanzelf gaat of aangeboren is.' Voor haar gaat het debat over zorg daarom niet alleen over gezondheidszorg of welzijn. Het gaat over de manier waarop we arbeid, tijd, verantwoordelijkheid en gelijkheid organiseren. Wie zorg ernstig neemt, moet ook durven kijken naar de structuren die bepalen wie zorgt, wie daarvoor erkenning krijgt en wie de hoogste prijs betaalt.
Zorg geeft betekenis, maar mag geen opgelegde rol zijn
Tijdens ontmoetingen binnen Vie Féminine valt Genin telkens opnieuw hetzelfde op. Wanneer vrouwen zichzelf voorstellen, beginnen ze vaak met hun rol als moeder. Niet omdat die rol hen wordt opgelegd tijdens het gesprek, maar omdat ze die zelf als een essentieel onderdeel van hun identiteit ervaren. Zorgen voor anderen geeft veel vrouwen voldoening, verbondenheid en betekenis. Tegelijk vertellen ze hoe zwaar die verantwoordelijkheid kan wegen.
De verwachting dat vrouwen beschikbaar zijn voor kinderen, ouders, mantelzorg en huishouden blijft diep verankerd in onze samenleving. Die verwachting stopt bovendien niet aan de voordeur.
Ook op de arbeidsmarkt zijn vrouwen nog altijd sterk vertegenwoordigd in zorg- en welzijnsberoepen. Net die sectoren kampen vaak met personeelstekorten, hoge werkdruk en een beperkte maatschappelijke waardering.
Volgens Genin is dat geen toevallige evolutie. Wie zorg als iets vanzelfsprekends beschouwt, vergeet gemakkelijk hoeveel kennis, tijd en emotionele betrokkenheid ervoor nodig zijn. 'Zorg wordt nog te vaak gezien als iets wat vrouwen nu eenmaal doen. Daardoor blijft ze ook structureel ondergewaardeerd.'
Voor Genin vraagt een zorgzame samenleving daarom meer dan extra investeringen in de zorgsector alleen. Ze vraagt een cultuur waarin zorg niet langer als een vrouwelijke verantwoordelijkheid wordt gezien, maar als een gedeelde opdracht van de hele samenleving.
Achter toegankelijkheid schuilt een veel grotere vraag
Wanneer beleidsmakers spreken over toegankelijke zorg, gaat het meestal over betaalbaarheid. Dat is belangrijk, zegt Genin, maar het vertelt lang niet het hele verhaal. Uit de gesprekken met vrouwen blijkt dat toegankelijkheid minstens drie verschillende dimensies heeft.
De eerste is financieel. Voor mensen met beperkte middelen blijven medische kosten een belangrijke drempel. Sommige vrouwen stellen hun eigen gezondheid uit omdat er thuis onvoldoende geld is. Ze kiezen ervoor eerst voor hun kinderen te zorgen en schuiven hun eigen noden voor zich uit.
Maar ook afstand speelt een rol. In landelijke regio's verdwijnen voorzieningen of raken ze moeilijk bereikbaar. Zonder eigen vervoer wordt zelfs een eenvoudige doktersafspraak soms een hele onderneming.
Toch noemt Genin vooral de derde vorm van toegankelijkheid fundamenteel: de symbolische. Mensen moeten voelen dat ze welkom zijn, dat hun verhaal ernstig genomen wordt en dat ze zichzelf mogen zijn binnen het zorgsysteem.
Veel vrouwen vertellen haar hoe ze een consultatie verlaten met het gevoel dat de diagnose al vastlag nog voor ze hun verhaal hadden kunnen doen. 'Als ik me niet gehoord voel, kom ik niet meer terug.'
Volgens Genin is precies dat het begin van zorg. Niet de behandeling, niet het voorschrift, maar de ervaring dat iemand werkelijk luistert.
Toegankelijke zorg begint niet bij een terugbetaling. Ze begint wanneer mensen voelen dat ze ertoe doen.
Laetitia Genin
Zorgverleners én zorgvragers raken gekneld
De vrouwen met wie Vie Féminine werkt, zijn vaak kritisch over hun ervaringen in de zorg. Ze vertellen over consultaties waarin nauwelijks tijd was om te luisteren, over zorgverleners die al een oordeel klaar hadden nog voor het gesprek goed en wel begonnen was, of over het gevoel niet ernstig genomen te worden.
Toch blijft die kritiek zelden hangen bij individuele artsen of verpleegkundigen. Integendeel. Veel vrouwen herkennen ook de druk waaronder zorgprofessionals vandaag moeten werken. Ze zien familieleden die in de zorg werken uitgeput thuiskomen. Ze merken hoe tijd ontbreekt om echt aanwezig te zijn en hoe administratieve verplichtingen steeds meer ruimte innemen.
Volgens Genin wijst dat op een dieper probleem. 'Niet alleen zorgvragers lijden onder het systeem. Ook zorgverleners botsen steeds vaker op de grenzen ervan.'
De vrouwen spreken daarom niet over individuele fouten, maar over een manier van organiseren die zowel patiënten als professionals onder druk zet. Wanneer efficiëntie belangrijker wordt dan ontmoeting, verliest iedereen. Voor Genin is dat een vorm van structureel geweld. Niet omdat mensen slechte bedoelingen hebben, maar omdat een systeem mensen dwingt te werken op een manier die ingaat tegen wat goede zorg eigenlijk vraagt.
Mentale gezondheid is geen individueel probleem
Die spanning wordt volgens Genin bijzonder zichtbaar in de geestelijke gezondheidszorg.
Steeds meer vrouwen vertellen over stress, uitputting, eenzaamheid en het gevoel voortdurend tekort te schieten. Toch wordt mentale gezondheid nog te vaak benaderd als een individueel probleem dat opgelost moet worden met een consultatie of een terugbetaling.
Volgens Genin kijken we daarmee voorbij de oorzaken. 'Je kan mensen niet vragen om veerkrachtig te blijven in een samenleving die hen voortdurend uitput.' Mentale gezondheid hangt nauw samen met de manier waarop we werken, wonen en samenleven. Wie voortdurend moet combineren, financieel onzeker leeft of nauwelijks tijd heeft om op adem te komen, draagt die druk ook mentaal mee.
Daarom pleit Genin voor een bredere kijk op welzijn. Meer terugbetaalde psychologische zorg is belangrijk, maar volstaat niet als de maatschappelijke omstandigheden dezelfde blijven. Een zorgzame samenleving investeert ook in tijd, rust, sociale netwerken en leefbare werkomstandigheden.
Zorg stopt niet aan de deur van het ziekenhuis
Voor Genin is zorg veel groter dan gezondheidszorg alleen. Ze ziet zorg in ouders die tijd maken voor hun kinderen, mantelzorgers die dagelijks klaarstaan voor een ouder familielid, buren die boodschappen doen voor iemand die ziek is of vrijwilligers die een buurthuis draaiende houden.
Ook engagement in verenigingen, aandacht voor de leefomgeving of samen werken in een buurtmoestuin maken volgens haar deel uit van zorg. 'Zorg is een manier van samenleven.'
Dat bredere perspectief ontbreekt volgens haar nog te vaak in het publieke debat. Wanneer zorg uitsluitend wordt bekeken als iets wat professionele diensten organiseren, verdwijnen al die onzichtbare vormen van zorg uit beeld. Nochtans houden net zij onze samenleving elke dag mee overeind.
Daarom pleit Genin ervoor om zorg opnieuw te erkennen als een collectieve verantwoordelijkheid, niet alleen van de gezondheidszorg, maar van de hele samenleving.
Zorg gaat niet alleen over genezen. Ze gaat over de manier waarop we elke dag samenleven.
Laetitia Genin
Van symbolische waardering naar echte keuzes
Tijdens de coronapandemie kreeg de zorg applaus. Even was het alsof iedereen opnieuw besefte hoe onmisbaar zorg is voor een samenleving. Zorgverleners werden helden genoemd en solidariteit stond centraal in het publieke debat.
Volgens Genin duurde dat besef echter niet lang. Zodra de crisis wegebde, keerde ook de oude logica terug. De waardering bleef grotendeels symbolisch, terwijl de structurele problemen overeind bleven. 'We zeggen dat zorg belangrijk is, maar handelen er niet altijd naar.'
Voor haar toont dat een fundamentele tegenstelling. We prijzen zorg als waarde, maar organiseren onze samenleving nog altijd op een manier die zorg voortdurend onder druk zet. Dat zie je volgens haar op verschillende niveaus.
We verwachten dat ouders meer tijd investeren in hun kinderen, terwijl werk en flexibiliteit almaar hogere eisen stellen. We vragen mensen om beter voor zichzelf te zorgen, maar creëren tegelijk omstandigheden waarin rust en evenwicht steeds moeilijker worden. Ook de verantwoordelijkheid voor gezonde voeding, opvoeding of welzijn wordt vaak doorgeschoven naar individuen, terwijl de maatschappelijke context minstens even bepalend is.
Volgens Genin kunnen we mensen niet verantwoordelijk maken voor problemen die grotendeels structureel zijn.
Zorg is een politieke keuze
Wie zorg ernstig neemt, moet volgens Genin verder durven kijken dan individuele verantwoordelijkheid. Een zorgzame samenleving ontstaat niet vanzelf. Ze vraagt politieke keuzes die zorg mogelijk maken. Dat betekent investeren in toegankelijke dienstverlening, maar ook in tijd, betaalbare kinderopvang, geestelijke gezondheidszorg, buurtwerking en een eerlijke verdeling van zorgtaken.
Daarbij kijkt Genin met belangstelling naar Scandinavische landen, waar ouderschapsverlof bewuster wordt verdeeld tussen beide ouders. Die systemen tonen volgens haar dat beleid mee bepaalt hoe zorg binnen gezinnen wordt georganiseerd. Wanneer ook vaders structureel tijd krijgen om voor kinderen te zorgen, verandert niet alleen de verdeling van zorgtaken, maar ook de maatschappelijke verwachting over wie verantwoordelijkheid opneemt.
Toch waarschuwt ze ervoor om buitenlandse voorbeelden zomaar te kopiëren. Volgens haar begint echte verandering altijd bij de vraag welke samenleving we zelf willen bouwen.
Zorg vraagt structurele verandering
Voor Genin is de centrale uitdaging duidelijk. We mogen zorg niet langer behandelen als iets wat individuele mensen er nog even bijnemen. Zorg is een collectieve verantwoordelijkheid die gedragen moet worden door gezinnen, werkgevers, overheden, organisaties én burgers. 'Zorg dragen is de verantwoordelijkheid van ons allemaal.'
Dat vraagt ook dat we ongelijkheid durven benoemen. Wie vandaag weinig inkomen heeft, alleenstaand is, met geweld wordt geconfronteerd of in een kwetsbare woon- of werksituatie leeft, botst veel sneller op drempels in de zorg. Die ongelijkheid verdwijnt niet vanzelf.
Een zorgzame samenleving bestrijdt daarom niet alleen ziekte of kwetsbaarheid, maar ook de mechanismen die mensen uitsluiten. Voor Genin zijn zorg en sociale rechtvaardigheid dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wanneer we zorg centraal plaatsen in onze maatschappelijke keuzes, bouwen we tegelijk aan meer gelijkheid, meer solidariteit en meer verbondenheid.
Dat is volgens haar uiteindelijk de grootste uitdaging van de toekomst. Niet alleen zorg beter organiseren, maar ervoor zorgen dat iedereen de kans krijgt om te zorgen én om zelf de zorg te ontvangen die nodig is. Zo wordt zorg opnieuw wat ze in essentie altijd is geweest: de basis van een samenleving waarin mensen elkaar niet loslaten.