INTERVIEW

Joachim Cohen en Sarah Dury

Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met ziekte, ouder worden, verlies of afscheid nemen. Toch praten we daar nog te weinig over, vinden onderzoekers Joachim Cohen en Sarah Dury van de VUB. "Zorg stopt niet bij een ziekenhuis of een zorgverlener. Het is iets wat we samen dragen als samenleving." Volgens hen moeten we zorg breder bekijken dan medische hulp alleen.

joachim sarah

Zorg is meer dan verzorgen

Veel mensen denken bij zorg meteen aan medicijnen, behandelingen of hulp bij dagelijkse taken. Maar zorg gaat ook over een luisterend oor, praktische hulp, vriendschap en verbondenheid. "Wanneer iemand ziek wordt of een dierbare verliest, zijn sociale contacten minstens even belangrijk als medische ondersteuning." Goede zorg houdt rekening met de hele mens: lichaam, gevoelens, sociale relaties en levenskwaliteit.

We investeren te weinig in zorg

Tijdens de coronacrisis werd veel waardering uitgesproken voor zorgverleners. Toch voelen Cohen en Dury dat zorg nog steeds onvoldoende gewaardeerd wordt. "We zeggen dat zorg belangrijk is, maar onze keuzes tonen dat niet altijd." Zorgberoepen zijn vaak zwaar, terwijl mensen die zorg verlenen niet altijd de waardering krijgen die ze verdienen.

Zorg begint vóór er problemen zijn

Vandaag komt hulp meestal pas wanneer iemand ziek wordt of vastloopt. Volgens Cohen moeten we veel vroeger investeren in welzijn. Dat kan door sociale contacten te versterken, mensen te verbinden en buurten leefbaar te maken. "Een sterke buurt kan problemen voorkomen of opvangen voordat ze ernstig worden."

Zorgzame buurten maken het verschil

De onderzoekers geloven sterk in buurten waar mensen elkaar kennen en helpen. Een vriendelijke buur, een praatje op straat of hulp bij een moeilijke periode kan een groot verschil maken. Zorgzame buurten ontstaan niet vanzelf. Ze hebben ontmoetingsplaatsen nodig waar mensen elkaar kunnen leren kennen. "Wie elkaar kent, helpt elkaar sneller."

Mantelzorgers verdienen steun

Veel mensen zorgen voor een partner, ouder, kind of vriend. Die mantelzorg is onmisbaar. Maar mantelzorg vraagt tijd en energie. Volgens Cohen en Dury moet er meer aandacht komen voor respijtzorg: tijdelijke ondersteuning waardoor mantelzorgers even kunnen uitrusten. "Voor anderen zorgen houd je alleen vol als er ook voor jou gezorgd wordt."

Ouder worden is geen probleem

De onderzoekers vinden dat we te negatief kijken naar vergrijzing. Ouderen worden vaak voorgesteld als mensen die vooral zorg nodig hebben. Maar veel ouderen leveren ook een belangrijke bijdrage aan de samenleving. Ze helpen hun familie, doen vrijwilligerswerk of ondersteunen anderen. "We vergeten vaak hoeveel ouderen betekenen voor hun omgeving."

Ouderen hebben ook nood aan ontmoeting

Veel ouderen willen actief blijven en zich nuttig voelen. Daarvoor zijn ontmoetingsplaatsen belangrijk. Wanneer buurtcentra, cafés of verenigingen verdwijnen, wordt het moeilijker om contact te houden met anderen. "Verbondenheid ontstaat wanneer mensen elkaar kunnen ontmoeten."

Zorg vraagt samenwerking

Volgens Cohen en Dury kunnen ziekenhuizen, welzijnsorganisaties, scholen, verenigingen, lokale besturen en burgers niet langer elk apart werken. Mensen leven nu eenmaal niet in aparte hokjes. Daarom is meer samenwerking nodig, zodat ondersteuning beter aansluit bij wat mensen echt nodig hebben.

Een samenleving die voor elkaar zorgt

De onderzoekers dromen van een samenleving waarin ziekte, mantelzorg, verlies en rouw niet weggestopt worden. Een samenleving waarin mensen elkaar helpen en waarin zorg niet alleen de taak is van professionals. "Zorg dragen voor elkaar is geen extra opdracht. Het hoort bij samenleven."

De essentie

Voor Joachim Cohen en Sarah Dury begint een zorgzame samenleving bij een eenvoudige gedachte: We zijn allemaal afhankelijk van elkaar. Wanneer we tijd maken voor ontmoeting, mantelzorg erkennen en mensen ondersteunen tijdens moeilijke momenten, bouwen we aan een warmere samenleving. "Zorg is geen kwestie van toeval of goodwill. Ze moet een vanzelfsprekend onderdeel zijn van hoe we samenleven."