Interview

Emilie Meessen

Wat zegt dak- en thuisloosheid over de manier waarop we zorg organiseren? Volgens Emilie Meessen, oprichter van Straatverplegers, begint zorg bij waardigheid, vertrouwen en de overtuiging dat niemand mag worden afgeschreven.

emilie meessen

Al bijna 20 jaar werkt Straatverplegers in Brussel met mensen die op straat leven. De organisatie gebruikt hygiëne als hefboom om waardigheid te herstellen en mensen stap voor stap naar duurzame huisvesting te begeleiden.

Voor Emilie Meessen is dak- en thuisloosheid geen individueel falen, maar een maatschappelijk signaal. Wie op straat leeft, valt vaak door meerdere mazen van het net tegelijk: huisvesting, geestelijke gezondheid, verslaving, armoede, administratie en sociale uitsluiting.

Zorg begint bij waardigheid

Bij Straatverplegers is hygiëne veel meer dan persoonlijke verzorging. Ze is een manier om opnieuw contact te maken met mensen die vaak elk vertrouwen kwijt zijn. 'Als iemand er niet meer toe komt zich te wassen, lukt vaak ook veel anders niet meer: plannen maken, administratie regelen of aan gezondheid werken.'

Hygiëne zegt volgens Meessen iets over zelfrespect. Wie opnieuw zorg draagt voor zichzelf, kan ook opnieuw beginnen geloven dat verandering mogelijk is. Daarom ziet ze zorg niet als iets wat je overneemt van mensen, maar als iets wat mensen opnieuw in beweging zet. 'Zorg is begeleiden, ondersteunen en mensen helpen hun autonomie terug te vinden.'

Genezen kan niet op straat

Een van haar duidelijkste boodschappen is dat zorg onmogelijk los gezien kan worden van huisvesting. 'Genezen kan niet op straat. Huisvesting maakt deel uit van de behandeling.'

Leven op straat tast mensen lichamelijk en psychisch aan. Kou, pijn, angst en onveiligheid worden dagelijkse realiteit. Sommige overlevingsmechanismen lijken van buitenaf vreemd of moeilijk, maar helpen mensen om het vol te houden. Daarom verzet Meessen zich tegen het idee dat huisvesting pas een beloning mag zijn wanneer iemand ‘klaar’ is. Een stabiele woonplek is net de basis om zorg, begeleiding en herstel mogelijk te maken.

Zorg is geen kwestie van verdienste

Volgens Meessen moeten we opletten voor een samenleving waarin mensen pas recht lijken te hebben op zorg of huisvesting als ze zich ‘goed gedragen’ of economisch iets opleveren.

Niet iedereen zal opnieuw kunnen werken. Niet iedereen past in het beeld van herstel dat gericht is op productiviteit. Maar dat betekent niet dat iemand geen waarde heeft. 'Eroverheen komen betekent niet altijd dat iemand opnieuw economisch rendabel wordt.'

Bijdragen aan de samenleving kan ook anders: planten water geven, een buur ontmoeten, deelnemen aan een activiteit of een vertrouwensband opbouwen met een vrijwilliger. Het zijn kleine gebaren, maar ze geven mensen opnieuw een plaats.

Een zorgzame samenleving vraagt zich dus niet alleen af wat iemand kost of opbrengt, maar hoe iemand opnieuw kan deelnemen aan het samenleven.

Zorg vraagt samenwerking

De verhalen van Straatverplegers tonen dat niemand dak- en thuisloosheid alleen kan oplossen.

Een straatveger die alert is voor iemand die dreigt te onderkoelen. Parkwachters die mee zoeken naar een oplossing voor iemand die in een tent woont. Vrijwilligers, ziekenhuizen, consulaten en sociale organisaties die samen zorgen dat iemand zijn laatste dagen bij familie kan doorbrengen.

'De oplossing komt nooit van één kant. Ze ontstaat wanneer burgers, zorgverleners, instellingen en openbare diensten samenwerken.' Net daar ziet Meessen de kracht van zorg: niet in één dienst of organisatie, maar in een samenleving die rond mensen blijft staan.

Het systeem maakt zorg soms moeilijker

Toch botsen organisaties zoals Straatverplegers elke dag op structurele hindernissen. Administratie slorpt tijd en energie op. Diensten werken naast elkaar. Informatie raakt versnipperd. Financiering blijft onzeker. Daardoor verliezen zorgverleners kostbare tijd die naar mensen zou kunnen gaan.

Volgens Meessen is dat geen detail. Het toont hoe een systeem dat zorg mogelijk moet maken, zorg soms net vertraagt. 'Men wil dat organisaties samenwerken, maar de coördinatie vanuit het systeem ontbreekt vaak.' Als we zorg echt centraal willen zetten, moeten we dus niet alleen kijken naar wat mensen nodig hebben, maar ook naar de structuren die hulp mogelijk of onmogelijk maken.

Investeren voorkomt menselijk leed

Voor Meessen is het duidelijk: hoe langer we wachten, hoe groter de kost wordt. Niet alleen financieel, maar vooral menselijk. 'Hoe langer we wachten, hoe hoger de kostprijs, in geld maar vooral in mensenlevens.'

Wie te lang op straat blijft, krijgt vaak zwaardere gezondheidsproblemen, meer psychische kwetsbaarheid en minder vertrouwen in hulpverlening. Vroege, intensieve ondersteuning vraagt middelen, maar voorkomt dat problemen verder escaleren.

Daarom pleit Meessen voor meer investering in huisvesting, geestelijke gezondheidszorg, eerstelijnszorg en laagdrempelige outreachende hulp. Niet als liefdadigheid, maar als noodzakelijke basis van een solidaire samenleving.

Durven geloven dat het kan

Ondanks de stijgende noden blijft Emilie Meessen weigeren om fatalistisch te worden. Op het terrein ziet ze elke dag mensen die opnieuw vertrouwen vinden, teams die blijven zoeken en burgers die een verschil maken. 'Durven geloven in de andere en de moed hebben om het te proberen, ook als het niet altijd zal werken.'

Dak- en thuisloosheid beëindigen is volgens haar geen naïeve droom. Voorbeelden uit andere landen tonen dat vooruitgang mogelijk is wanneer huisvesting als basisrecht wordt gezien en zorg rond mensen wordt georganiseerd.

Voor Caruna legt haar verhaal een fundamentele vraag op tafel: durven we zorg zo ernstig nemen dat we niemand nog laten overleven op straat? Een zorgzame samenleving begint bij de overtuiging dat elke mens een plaats verdient. Niet later, wanneer alles eerst opgelost is. Maar nu, als vertrekpunt om opnieuw te kunnen leven.