Anneleen De Bonte
Anneleen De Bonte is arts en sociaal ondernemer. Zij gelooft dat gezondheid niet begint in een ziekenhuis, maar in buurten waar mensen elkaar kennen, helpen en vertrouwen.
"Ik geloof dat we op termijn minder professionele zorg nodig hebben, als we het sociale weefsel in een buurt versterken", zegt Anneleen. "Dat weefsel is er al, maar het is kwetsbaar. We zien het elke dag in de Citadel, in De Boomgaard, in Brouwerij De Ridder in Antwerpen. Geef mensen de sleutel in handen. Start bij een plek."
Anneleen combineert gezondheid, stadsontwikkeling en eerlijke financiering. Ze zoekt naar manieren om geld in te zetten voor maatschappelijke verandering. Ze zit in het bestuur van het Stadsmakersfonds en van CV Citadel Diest.
Zorgen is voor mij iets anders geworden
"Zorgen voor mensen betekent voor mij niet meer wat het vroeger betekende", vertelt Anneleen. "Het gaat niet meer om klassieke zorg op basis van medische kennis. Het gaat om mijn handen vuil maken, dingen uitproberen, risico's nemen en soms falen."
"Ik vind directe zorg nog altijd waardevol. Maar de manier van zorgen die het best bij mij past, vertrekt vanuit het grotere geheel. Ik help mee omgevingen bouwen waarin gezondheid vanzelf ontstaat, gewoon door hoe we onze samenleving inrichten."
Een goed voorbeeld is de Citadel in Diest. Vroeger was het een militair gebouw. Nu wordt het een levendig stadsdeel. Binnen de coöperatie CV Citadel Diest en het burgerinitiatief Kwartiermakerij staat het samen opbouwen van de gemeenschap centraal. In één jaar tijd kwamen er vijftien nieuwe ondernemers op de site. Vijf mensen die lang geen werk hadden, gingen er aan de slag, als vrijwilliger of in een betaalde job.
Een plek die mensen verbindt
Waarom brengt een plek als de Citadel mensen in beweging? Mensen bouwen er samen aan iets groters dan zichzelf. Dat brengt hen dichter bij elkaar. Zulke plekken noemt men 'third places': geen thuis, geen werk, maar iets daartussenin.
Vroeger was het café of het dorpshuis zo'n plek. Vandaag kan dat een project als de Citadel zijn. Zo sloot bijvoorbeeld een Russische architecte zich aan die in België haar beroep niet meer kon uitoefenen. Ze tekent nu mee het ontwerp voor de bar.
Onzichtbare zorg
"Eigenlijk zijn we niet bezig met zorg in de klassieke zin", legt Anneleen uit. "Niemand in ons team heeft een diploma sociaal werk. Ik ben de enige met een medische achtergrond. De rest zijn vakmensen, kunstenaars, ondernemers en twee chefs, want samen eten is belangrijk voor een gemeenschap. Toch zit er veel zorg in hoe we samenwerken, bouwen en koken."
"Een goede vriend zat al jaren thuis door een zware burn-out. Artsen hadden hem opgegeven. Wij zagen zijn talent als ingenieur. Toen we een elektriciteitsprobleem hadden, vroegen we hem om te komen kijken. Niet als therapie, maar omdat we zijn kennis nodig hadden. Hij begon één dag per week als vrijwilliger. Dat werden er meer, tot hij voltijds meedraaide. Nu is hij vaste medewerker en mede-eigenaar van de coöperatie."
Wat maakte het verschil? Er was geen druk, geen arts die hem voortduwde. Alleen een uitnodiging, op zijn eigen tempo. In het bouwteam werken nog meer mensen met een psychische kwetsbaarheid. Als iemand niet komt opdagen omdat het even niet lukt, wordt daar niet op afgerekend. Collega's sturen een berichtje of gaan langs met eten: "Kom, je bent welkom, we trekken je erdoor." Iedereen krijgt vroeg of laat met zoiets te maken. Het is dus ook wederkerig.
"We doen niets medisch, maar we zorgen wel voor een veilige, ondersteunende omgeving", zegt Anneleen. "Daarvoor hebben we begeleiding nodig. Onze belangrijkste financiering komt van het ING-Fonds voor een meer Circulaire Economie, beheerd door de Koning Boudewijnstichting. Zo combineren we circulair bouwen met een sociaal bouwteam. Bij de opstart kregen we ook een subsidie van het Departement WEWIS."
Het grootste deel van de investering draagt CV Citadel zelf. Externe steun werkte als hefboom om eigen middelen in beweging te zetten.
Ook de stad zelf moet zorg makkelijk maken
Zorg zit niet alleen in relaties tussen mensen, maar ook in hoe we onze omgeving inrichten. Als we willen dat gezondheid vanzelfsprekend wordt, moeten steden zo gebouwd zijn dat de gezonde keuze de makkelijke keuze is. Wandelen of fietsen moet logisch aanvoelen. Gezonde streetfood zou een echte aanwinst zijn.
"Mensen met weinig tijd of mentale ruimte grijpen naar wat snel beschikbaar is", zegt Anneleen. "Een klein plastic potje met dure ananas is niet wat ik bedoel. We hebben eten nodig dat gezond, betaalbaar én snel is. Net zo vanzelfsprekend als een frietkraam. Stel je voor: op elke straathoek iets gezonds en lekkers, voor dezelfde prijs als de frituur. Dat is geen verre droom."
Start with a place: de plek als vertrekpunt
Een ander mooi voorbeeld is De Boomgaard, een oude basisschool in Kessel-Lo. Die wordt nu een inclusieve woonplek waar zorg en wonen samenkomen in het groen. De buurt is er van bij het begin bij betrokken. Het project wordt gesteund door het Stadsmakersfonds, dat kapitaal inzet voor vastgoed met een positieve maatschappelijke impact.
Het team gaf de buurt letterlijk de sleutel van de leegstaande gebouwen: "Gebruik ze alvast." En dat gebeurde. Elke woensdag maken buurtbewoners samen soep. Dertig tot veertig mensen komen langs, kinderen spelen buiten. Er zijn ook al groepslessen van de kinesist, yoga en kinderopvang in de zomer, nog voor de bouwwerken zijn begonnen.
Het Stadsmakersfonds herbestemt bijzondere panden, zoals lege scholen, brouwerijen of kazernes, tot plekken die een buurt warmer maken. Denk aan zorgzame woonvormen of ontmoetingsruimtes. Door buurtbewoners mee-eigenaar te maken, ontstaat gedeeld eigenaarschap.
Voor Anneleen bleef één zin uit een boek hangen: start with a place. "Een plek is nooit zomaar een plek. Ze heeft een geschiedenis en brengt spanningen en verwachtingen met zich mee. Net daarom is ze een krachtig vertrekpunt. Toen ik de Citadel voor het eerst binnenstapte, voelde ik dat potentieel: geen leeg gebouw, maar voedingsbodem voor iets nieuws."
Professionele zorg dichter bij het leven van mensen
Als huisarts werk je in een sterk opgedeeld systeem. Elk gezondheidsprobleem krijgt een eigen specialist. Mensen worden ingedeeld volgens leeftijd of aandoening en doorverwezen naar een passende instelling. In De Boomgaard doen ze het anders: zorg wordt verweven met het gewone leven.
Veel mensen verhuizen naar een woonzorgcentrum om zeker te zijn dat er altijd iemand in de buurt is. Maar die zekerheid is er vaak niet, omdat instellingen onderbemand zijn. Met lokale zorgteams en technologie kan die geruststelling ook thuis geboden worden. Een zorgkundige op de fiets kan even efficiënt zijn als iemand in een instelling, en de menselijke maat blijft behouden.
"We wonen vaak in aparte huizen met een omheind tuintje", merkt Anneleen op. "Maar wat als we meer ruimte maken voor ontmoeting? Niet iedereen wil cohousing met gedeelde keukens, en dat is oké. Maar er zijn veel tussenvormen: samen een wasmachine gebruiken, een tuin delen, een auto delen. Zo ontstaat contact, en dat contact is de basis van een zorgzame buurt."
Zorg telt niet mee in de economie
We zijn de vanzelfsprekendheid van zorg wat kwijtgeraakt. Iemand die flauwvalt of incontinentieproblemen heeft: het lijkt plots ingewikkeld. Voor onze kinderen doen we het wel nog vanzelfsprekend.
"We hebben geen plaats meer voor zorg, niet in ons huis en niet in onze agenda", zegt Anneleen. "Daardoor raakten we ook de vaardigheid kwijt. Want zorgen is een vaardigheid, geen ingewikkelde wetenschap."
"Mijn grootmoeder is honderd. Zij komt uit een generatie waarin zorgtaken met fierheid werden opgenomen. Vandaag lijkt zorg vooral iets waarmee je strafpunten vermijdt. Doe je het huishouden niet, dan krijg je commentaar. Doe je het wel, dan sta je gewoon weer op nul. Niemand zegt: goed gedaan!"
"Zorg je zelf voor je kind, je zieke ouder en de buurvrouw, dan telt dat economisch voor niets. Maar zit je kind in de crèche, je moeder in een woonzorgcentrum, en werk jij intussen bij Familiehulp voor diezelfde taken bij anderen, dan tel je plots vier keer mee in het bruto nationaal product. Dat zegt veel over hoe we zorg waarderen."
Impact investing is niet genoeg
"Investeren met oog voor sociale meerwaarde is een belangrijke stap. Maar het blijft vaak bij veilige keuzes die ook financieel aantrekkelijk zijn", zegt Anneleen. "Toch zie ik een kentering: steeds meer investeerders zeggen dat ze bereid zijn om financieel in te leveren als de maatschappelijke impact groot genoeg is."
Wat haar stoort, is hoe de bewijslast verdeeld is. Bioboeren moeten met certificaten bewijzen dat hun groenten echt bio zijn. Eigenlijk zou het andersom moeten: reguliere groenten zouden een label moeten dragen met info over pesticiden.
Hetzelfde geldt voor impact investing: de investeerder die iets probeert te veranderen, moet bewijzen dat zijn investering iets oplevert. Maar we moeten ook zichtbaar maken wat het kost als we niets doen: de zogeheten cost of inaction. Denk aan klimaatverandering of zorg: zonder tijdige actie lopen de kosten alleen maar op.
Het rapport Lancet Countdown 2024 toont dat de gezondheidsimpact van klimaatverandering records breekt, en dat het risico op nieuwe pandemieën stijgt. Ook 'Leuven 2030' liet de kost van niets doen rond klimaat berekenen. In 2020 stierven er wereldwijd al meer mensen door luchtvervuiling dan door COVID.
"Het blijft moeilijk om te bepalen wie die kost moet berekenen en wie ervoor moet betalen", beseft Anneleen. "Investeer je vandaag in de mentale gezondheid van jongeren, dan bespaar je later op justitie. Maar probeer een minister van Justitie maar eens te overtuigen om daar nu al in te investeren."
Van zorg binnen de muren naar zorg erbuiten
Er is geld in de zorg, maar het zit vast tussen aparte beleidsdomeinen. Middelen verschuiven tussen die domeinen is moeilijk, ook al weten artsen dat sommige behandelingen weinig zin meer hebben. Toch worden die soms voortgezet, ook als de kans op succes klein is. Het is tijd voor zorg die bijdraagt aan een betere levenskwaliteit en een zorgsysteem dat op lange termijn houdbaar is. Preventie verlaagt de druk op de zorg, maakt ze betaalbaarder en versterkt het sociale weefsel.
We weten al lang wat daarvoor nodig is: gezonde voeding, beweging, een sociaal netwerk en een gevoel van betekenis. Niet moeilijk te begrijpen, wel moeilijk te realiseren. Het Citadel-project en De Boomgaard tonen dat het anders kan: kleine, zorgzame gebaren die iets betekenisvols op gang brengen.
Hoopvolle signalen
Er zijn ook moeilijke momenten, wanneer vooruitgang stokt. Maar het middenveld vindt nieuwe energie in sociaal ondernemerschap. Naast overheid en markt spelen ook burgerinitiatieven een steeds grotere rol.
Een mooi voorbeeld is Miss Miyagi, een vastgoedontwikkelaar die inzet op projecten met maatschappelijke meerwaarde. Ze investeren zelf niet, maar helpen burgerinitiatieven professionaliseren. Ze schreven samen met Anneleen het dossier voor de Citadel en dachten mee over de invulling van de site. Hun werk bij Hal 5 in Kessel-Lo was daarbij een grote inspiratie.
Hal 5 is een oude spoorweghal achter het station van Leuven, nu een levendige buurtplek met een foodcourt, een samentuin, een koor en zelfs een voedselbos. Eén keer per maand is er een open dansvloer voor jong en oud.
"Wat Hal 5 doet, inspireerde ook onze aanpak bij de Citadel", zegt Anneleen. "Een plek bouwen die door de buurt gedragen wordt en zelf financieel op eigen benen staat. Dat is onze gemeenschappelijke ambitie: duurzame plekken bouwen die blijven bewegen met en voor mensen."
Tot slot
"De meest succesvolle soorten zijn diegene die het leven om zich heen het beste ondersteunen", zegt Anneleen als slotboodschap. Dat principe leerde ze tijdens een opleiding permacultuur, en het geldt voor haar niet alleen in de natuur, maar ook tussen mensen. "Klimaat en ecologie horen daarbij. Lossen we dat niet op, dan is al de rest, zelfs Kom op tegen Kanker, niet meer relevant."